Een noodkreet van pater Joyeux

Een noodkreet van pater Maurice Joyeux S.J. na vier dagen en vier nachten op Lesbos en in de haven van Mytilene, de hoofdstad van dit eiland voor de kust van Turkije, waar hij de grondslagen legt van een JRS-kantoor in Griekenland :

“Ik vertrouw u één ding toe : deze arme en berooide mensen, vastbesloten in hun waardigheid en diepe vrijheid, leren mij ‘naar diep water te varen’, dat van de solidariteit, van de gemeenschap, van vreugde en verdriet. Zij gaan voorbij. Onze Heer ‘gaat voorbij’ in hen, met hen, door hen. Hij klopt aan onze deur en… hoe jammer is het niet voor Hem open te doen. Hij is, zij zijn vol van beloften. Zij konden en mochten niet sterven in hun land. Ze lieten hun reddingsvest achter op de kusten van Griekenland, Italië, Spanje…

Wij kunnen voor hen een levend, geïncarneerd reddingsvest zijn door duizend kleine gebaren die iedereen kan stellen. Op hun ontstellende tocht door Europa kunnen zij door onze gebaren, woorden en giften ‘drijvend’ gehouden worden in de oceaan van onze onverschilligheid, angst of enggeestig nationalistisch geweld.

Laten we ons inspannen om de zwaarte van hun tocht over land en zee lichter te maken. Laten we onszelf lichter maken door ons te ontdoen van het teveel aan ‘goederen’ die ons hinderen en die op ons wegen als zware kruisen. Laten we ook degenen die al op zee gestorven zijn weer vlot trekken door de adem van ons gebed, door de zachte bries van onze affectie. Nee, we vergeten hen niet.

U wilt bij deze mensen en volkeren onderscheid maken tussen onkruid en tarwe ? Let op, laten we opletten dat we niet alles uittrekken door de arrogantie waarmee wij ons als rechters opwerpen.”