Detentie en gedwongen terugkeer – tijd voor alternatieven

Herinnert u zich nog de Soedancrisis? Die is ontstaan door een te groot geloof van de overheid in opsluiting en een te grote focus op terugkeer, zelfs bij mensen die duidelijk nood hebben aan bescherming. Daarom neemt JRS Belgium deel aan een conferentie om waardige beleidsalternatieven voor te stellen in plaats van gedwongen terugkeer en opsluiting.

In België zijn er – vergeleken met 2014 – bijna 50 procent meer mensen voor de eerste keer opgesloten. Soedanezen, Somaliërs en anderen die gevaar lopen in hun land van herkomst worden gerepatrieerd. Het terugkeerbeleid kenmerkt zich door een gebrek aan transparantie. De externe controle op verwijderingen is ontzettend beperkt.

"Als het beleid perfect is, heeft de overheid helemaal niets te verbergen. Maar als het beleid moet worden bijgestuurd, is openheid des te noodzakelijker." – Stephan Parmentier, voormalig rapporteur bij de Commissie Vermeersch, de voorganger van de Commissie Bossuyt.

De samenstelling van de commissie Bossuyt, die werd opgericht als antwoord op de Soedancrisis, toont aan dat we nog een lange weg te gaan hebben. Behalve de voorzitter en drie mensen uit de luchtvaartsector zijn alle leden overheidsambtenaren. In het licht daarvan besloten ngo’s dan ook om via een conferentie de pers en buitenstaanders, net als parlementairen, te informeren over de haalbaarheid van een waardig migratiebeleid.

JPEG - 171.2 kBEr is nood aan een paradigmashift. Van dwang naar begeleiding, van terugkeerbeleid naar oriëntatiebeleid. Vrijheid moet het uitgangspunt zijn van dat beleid, niet de uitzondering. Tijdens de conferentie werd duidelijk dat er tal van alternatieven denkbaar zijn voor de opsluiting van migranten. In deze alternatieven wordt wereldwijd te weinig geïnvesteerd, maar toch zijn er good practices.

In Utrecht bijvoorbeeld, wou het stadsbestuur de problemen die irregulier verblijf met zich meebrengt – dakloosheid en uitbuiting – aanpakken door opvang en zorg aan te bieden en tegelijk aan een duurzame oplossing voor hun verblijfssituatie te werken (bed, bad, brood+). Na een juridische begeleiding kreeg 60 procent alsnog een verblijfsrecht. Nog eens 20 procent keerde terug. Slechts 7% verdween opnieuw in de illegaliteit.

Belangrijk bij alternatieven voor detentie is dat migranten vertrouwen hebben in de overheid. Daarom mag zo’n alternatief niet naast detentie bestaan maar moet het zich in de plaats stellen. Door opsluiting verliezen mensen immers dat vertrouwen. Alternatieven mogen ook niet bij voorbaat één oplossing naar voor brengen. De betrokkenen moeten vrij kunnen werken aan de oplossing die voor hen het meest geschikt is. Mensen die willen terugkeren moeten breder en vooral vroeger geïnformeerd worden over mogelijkheden tot vrijwillige terugkeer. Er is ook meer veldonderzoek nodig over wat er gebeurt na de terugkeer (blijven mensen überhaupt in hun land van herkomst na terugkeer?). Voor mensen die niet kunnen terugkeren, moet regularisatie een optie zijn.

JPEG - 137.1 kB
Op de conferentie werd de evaluatie van de terugkeerwoningen voorgesteld, die wij samen met het Platform Kinderen op de Vlucht uitvoerden. Onze conclusie? De terugkeerwoningen zijn, zoals ze nu worden gebruikt, geen alternatief voor detentie. Ze zijn een minder restrictieve vorm van detentie. De begeleiding van mensen start te laat (zie afbeelding). Jarenlang krijgen mensen geen steun. Dan worden ze opgesloten en krijgen ze een coach, die een dubbele rol moet spelen als begeleider van de familie en als assistent bij terugkeer.

We hebben nog een hele weg te gaan naar een humaan migratiebeleid, maar de zoektocht naar nieuwe beleidsopties stelt ons hoopvol voor de toekomst.