Ballingschap

JPEG - 5.8 kBAan Babels stromen zaten wij neer,
treurend bij de gedachte aan Sion.
En aan de wilgen die daar stonden
hingen wij onze harpen op.

Want die ons hadden weggevoerd
vroegen ons om een lied te zingen,
onze beulen wilden iets vrolijks:
“Zing een liedje voor ons uit Sion.”

Ach, hoe zouden wij in den vreemde
kunnen zingen van onze God.
Jeruzalem, zou ik u ooit vergeten,
ik miste nog liever mijn rechterhand.

Mijn tong mag in mijn mond verstenen
als ik niet meer zou denken aan u,
als ik niet mijn grootste vreugde
in u zou vinden, Jeruzalem.

Psalm 137,1-6