Relance, dat doe je samen

Interview met Willy Musitu

De coronacrisis had een belangrijke impact op onze levens. Hopelijk mogen we stilaan de verleden tijd gebruiken. Met ‘onze levens’ bedoelen we ook de levens van migranten. Of het nu gaat om erkende vluchtelingen, asielzoekers of mensen zonder papieren, vaak zijn migranten extra kwetsbaar voor de impact van een crisis. JRS wou hierover meer weten en ging in gesprek met Willy Musitu.

JPEG - 102.5 kB

Wil u zichzelf kort voorstellen?

Ik ben Willy Musitu. Ik ben afkomstig uit Congo en woon in België sinds 2004. In 2006 ben ik erkend als vluchteling. Nu ben ik Belgisch staatsburger. Ik werk sinds 2016 bij Internationaal Comité vzw. Daarvoor werkte ik bij het Afrikaans Platform. Beide organisaties zijn koepelorganisaties: federaties van verenigingen gesticht door mensen uit de migratie. Wij zijn een federatie met 315 lidverenigingen. Mensen uit de migratie scoren niet zo goed op veel vlakken van de samenleving, bijvoorbeeld op het vlak van tewerkstelling of op dat van onderwijs, waar ze gemakkelijk leerachterstand oplopen. Ze participeren minder aan de samenleving door uitsluitingsmechanismen. Dat vinden we echt belangrijk: participatie.

Wat is dan precies de rol van het Internationaal Comité?

We bieden hulp op maat. We helpen leden bijvoorbeeld bij het uitschrijven van projecten. We werken ook aan de verbinding tussen lidverenigingen en met het bredere middenveld. We zijn de meest diverse organisatie die u zich kan voorstellen. Er bestaat immers ook veel diversiteit bij de verschillende migrantengemeenschappen.

Merkt u bij de leden een impact van de coronacrisis, en hoe?

Zeker. Er zijn bij ons veel kwetsbare mensen, zoals alleenstaande vrouwen met kinderen, grote gezinnen, mensen die op zoek zijn naar werk,… Mensen worden sterk getroffen: velen zijn hun werk kwijt of hebben minder gewerkt dan gewoonlijk. Daardoor zijn velen in armoede beland. We hebben gemerkt dat het coronavirus ook veel angst bij mensen heeft veroorzaakt. Angst voor de toekomst, angst om besmet te worden. Velen zijn ook in depressies beland.

Zij konden hun leven min of meer voortzetten. Maar de opvang van mensen zonder papieren was een echte catastrofe. Voor zogenaamde uitgeprocedeerden stopt plots de hulpverlening, en mensen weten niet waar ze terecht kunnen. Ik apprecieer echt het voorstel van Orbit: in plaats van te stoppen met hulp kunnen we hen het essentiële (bed, bad en brood – bbb+, n.v.d.r.) blijven aanbieden en ondertussen samen met hen naar een duurzame oplossing zoeken.

Mensen komen sowieso niet naar hier om te leven van een gekregen broodje: men wil ook zijn leven in eigen handen nemen. Werken, leven en zich ontplooien. Men wil zelf zijn boterhammen verdienen en zijn toekomst veranderen.

Hoe hebben verenigingen gereageerd op deze benauwende omstandigheden?

Verenigingen hebben tijdens de crisis hun werking naar deze mensen toe versterkt. De Sudan Action Group ging bijvoorbeeld op zoek naar mensen in kraakpanden om mondmaskers en informatie over het coronavirus te geven. Een andere organisatie deelde warme maaltijden uit: ze gingen aankloppen bij handelaars om voedseloverschotten.

Maar niet alleen de vraag naar materiële hulp blijft groot, ook die naar psychologische ondersteuning. We hebben erg geapprecieerd dat de overheid informatie beschikbaar stelde in verschillende talen. Zo konden verenigingen deze informatie doorgeven. Verschillende overheden hadden hulplijnen geopend: wij konden daarnaar doorverwijzen.

Wat heeft u geleerd en wat kunnen overheden en lezers leren uit de coronacrisis?

We moeten ons, denk ik, solidair opstellen ten opzichte van de ander. Niet alleen mensen die het niet breed hebben, maar alle mensen die het moeilijk hebben. Zorg voor jezelf, en zorg voor de ander: de buurman, de buurvrouw, de eenzamen.

Foto: JRS International. In Qaraqosh, Irak, verdeelde JRS voedsel en hygiëneproducten aan 40 families die hard werden getroffen door de COVID-19 lockdown.

Tijdens de crisis kwamen we ook te weten dat migranten heel belangrijk zijn voor onze samenleving. Iemand (Elise Kervyn van Caritas International, n.v.d.r.) schreef gisteren: ‘Eén vijfde van het applaus ging naar migranten.’ We staan niet tegenover elkaar, maar we hebben allemaal een rol te spelen. We zijn allemaal stukken van een puzzel. Die puzzel heeft alleen vorm als iedereen zijn steentje bijdraagt, en kan bijdragen.

Dennis Van Vossel
communicatieverantwoordelijke